Heeft u een AutoCAD vraag?

Voordat je een vraag plaatst altijd eerst even de zoek functie gebruiken!

Ga naar het onderwerp en stel uw vraag onderaan de pagina.

Hiermee kunt u meerdere vensters in een werkvlak of papierkader maken.

Oproepmethoden

VPORTS Knop


ac.mouse Lint: tabblad View > paneel Viewports > Named Viewports
ac.mouse Menu: View > Viewports
ac.mouse Werkbalk: Lay-outs

Het dialoogvenster Viewports wordt weergegeven.

Als u -vportsachter de opdrachtprompt typt, worden er opties weergegeven.

Dialoogvenster Viewports

Met dit dialoogvenster kunt u nieuwe vensterconfiguraties maken of een vensterconfiguratie voor het werkvlak een naam geven en opslaan.

De beschikbare opties zijn afhankelijk van het feit of u werkvlakvensters (op het tabblad Model) of layout-vensters (op het tabblad Layout) configureert.

Tabbladen voor werkvlakvensters: New Viewports—Model Space, Named Viewports—Model Space

Tabbladen voor layout-vensters: New Viewports—Layouts, Named Viewports—Layouts

Lijst met opties

De volgende opties worden weergegeven:

Tabblad New Viewports—Model Space (dialoogvenster Viewports)

New Viewports Model Space

New Name
Hier kunt u een naam opgeven voor de nieuwe vensterconfiguratie van het werkvlak. Als u geen naam invoert, wordt de vensterconfiguratie wel toegepast maar niet opgeslagen. Als een vensterconfiguratie niet wordt opgeslagen, kunt u deze niet gebruiken in een lay-out.

Standard Viewports
Hier kunt u een overzicht van de standaardvensterconfiguraties weergeven en instellen, inclusief CURRENT: dit is de actieve configuratie.

Preview
Hier ziet u een voorbeeld van de geselecteerde vensterconfiguratie en de standaardaanzichten die zijn toegewezen aan elk afzonderlijk venster in de configuratie.

Apply To
Hiermee kunt u de vensterconfiguratie in het werkvlak toepassen op de volledige weergave of op het actieve venster.

  • Display: Hiermee past u de vensterconfiguratie toe op de volledige weergave in het tabblad Model.
  • Current Viewport: Hiermee past u de vensterconfiguratie alleen op het actieve venster toe.

Setup
Hier kunt u aangeven of een 2D- of een 3D-weergave moet worden gebruikt. Wanneer u 2D selecteert, wordt de nieuwe vensterconfiguratie in eerste instantie gemaakt met het huidige aanzicht in alle vensters. Wanneer u 3D selecteert, wordt een groep standaard orthogonale 3D-aanzichten toegepast op de vensters in de configuratie.

Change View To
Hiermee vervangt u het aanzicht in het geselecteerde venster door het aanzicht dat u selecteert in de lijst. U kunt een benoemd aanzicht kiezen of, als u 3D hebt geselecteerd, een keuze maken uit de lijst met standaardaanzichten. In het gebied Preview kunt u de keuzen bekijken.

Visual Style
Hier kunt u een visuele stijl op het venster toepassen. Alle beschikbare visuele stijlen worden weergegeven.

Tabblad Named Viewports—Model Space (dialoogvenster Viewports)

Hier ziet u alle opgeslagen vensterconfiguraties voor het werkvlak in de tekening.

Named Viewports Model Space

Current Name
Hier ziet u de naam van de actieve vensterconfiguratie.

Tabblad New Viewports—Layouts (dialoogvenster Viewports)

Standard Viewports
Op dit tabblad ziet u een lijst met standaardvensterconfiguraties en kunt u lay-outvensters configureren.

Preview
Hier ziet u een voorbeeld van de geselecteerde vensterconfiguratie en de standaardaanzichten die zijn toegewezen aan elk afzonderlijk venster in de configuratie.

Viewport Spacing
Hier kunt u de ruimte opgeven die vrij moet blijven tussen de lay-outvensters die u wilt configureren.

Setup
Hier kunt u aangeven of een 2D- of een 3D-weergave moet worden gebruikt. Wanneer u 2D selecteert, wordt de nieuwe vensterconfiguratie in eerste instantie gemaakt met het huidige aanzicht in alle vensters. Wanneer u 3D selecteert, wordt een groep standaard orthogonale 3D-aanzichten toegepast op de vensters in de configuratie.

Change View To
Hiermee vervangt u het aanzicht in het geselecteerde venster door het aanzicht dat u selecteert in de lijst. U kunt een benoemd aanzicht kiezen of, als u 3D hebt geselecteerd, een keuze maken uit de lijst met standaardaanzichten.

Tabblad Named Viewports—Layouts (dialoogvenster Viewports)
Hier worden vensterconfiguraties voor het werkvlak weergegeven die onder een bepaalde naam zijn opgeslagen en die u kunt gebruiken in de actieve lay-out. U kunt hier geen configuraties voor layout-vensters opslaan en benoemen.

-VPORTS - Model Space Viewports
Het aantal vensters, de lay-out van de actieve vensters en de bijbehorende instellingen worden samen de vensterconfiguratie genoemd.

De volgende prompts worden weergegeven.

Enter an option [Save/Restore/Delete/Join/Single/?/2/3/4] : voer een optie in

Save
Hiermee slaat u de actieve vensterconfiguratie op onder een opgegeven naam.

Restore
Hiermee herstelt u een eerder opgeslagen vensterconfiguratie.

Delete
Hiermee verwijdert u een benoemde vensterconfiguratie.

Join

Hiermee maakt u van twee naast elkaar gelegen werkvlakvensters één groter venster.

De twee werkvlakvensters moeten een gemeenschappelijke rand met dezelfde lengte delen. In het resulterende venster wordt het aanzicht van het pri­maire venster gebruikt.



Single
Hiermee herstelt u de weergave met één venster. In dit venster wordt het aanzicht van het actieve venster gebruikt.



?—List Viewport Configurations
Hiermee geeft u een lijst weer met de identificatienummers en schermposities van de actieve vensters.

De positie van een venster wordt aangegeven met coördinaten voor de linkerbenedenhoek en de rechterbovenhoek. Voor deze hoeken worden waarden tussen 0.0,0.0 (voor de linkerbenedenhoek van het tekengebied) en 1.0,1.0 (voor de rechterbovenhoek) gebruikt. Het actieve venster wordt als eerste getoond.

2
Hiermee splitst u het actieve venster in twee gelijke delen.


3
Hiermee splitst u het actieve venster in drie vensters.

Met de opties Horizontal en Vertical wordt het gebied opgesplitst in drie gedeelten. Met de opties Above, Below, Left en Right bepaalt u de positie van het grote venster.

4
Hiermee splitst u het actieve venster in vier vensters van gelijke grootte.

-VPORTS - Layout Viewports
Het aantal vensters, de lay-out van de actieve vensters en de bijbehorende instellingen worden samen de vensterconfiguratie genoemd.

De volgende prompts worden weergegeven.

Specify corner of viewport or [ON/OFF/Fit/Shadeplot/Lock/Object/Polygonal/Restore/LAyer/2/3/4] : geef een punt op of voer een optie in

On
Hiermee schakelt u een venster in, zodat het actief wordt en de objecten in het venster zichtbaar zijn.

Off
Hiermee schakelt u een venster uit. Als een venster is uitgeschakeld, worden de objecten in het venster niet weergegeven en kunt u het venster niet activeren.

Fit
Hiermee maakt u één venster dat het beschikbare weergavegebied volledig vult. De werkelijke grootte van het venster is afhankelijk van de afmetingen van het papierkaderaanzicht.

Shadeplot
Hiermee kunt u opgeven hoe vensters in lay-outs worden geplot.

  • As Displayed: Het venster wordt net zo geplot als het wordt weergegeven
  • All Visual Styles: hiermee wordt het venster geplot met de opgegeven visuele stijl; alle visuele stijlen in de tekeningen worden als opties vermeld, of ze gebruikt worden of niet.
  • All Render Presets: hiermee wordt het venster geplot met de opgegeven rendervoorinstellingen; alle rendervoorinstellingen worden als opties vermeld

Lock
Hiermee vergrendelt u het actieve venster. Dit is vergelijkbaar met het vergrendelen van lagen.

Object
Hiermee maakt u een niet-rechthoekig lay-outvenster van een gesloten polylijn, ellips, spline, entiteit of cirkel. Een polylijn moet altijd gesloten zijn en minimaal drie hoekpunten hebben. De polylijn mag zichzelf snijden en mag bogen en lijnsegmenten bevatten.

Polygonal
Hiermee maakt u een niet-rechthoekig lay-outvenster dat gedefinieerd wordt door een reeks lijn- en boogsegmenten.

De beschrijvingen van de opties Next Point, Arc, Close, Length en Undo zijn hetzelfde als de beschrijvingen van de overeenkomstige opties voor de opdracht PLINE.

Restore
Hiermee herstelt u een eerder opgeslagen vensterconfiguratie.

Layer
Hiermee worden vervangende laageigenschappen voor het geselecteerde venster teruggezet op de algemene laageigenschappen.

2

Hiermee splitst u het actieve venster in twee gelijke delen.

3
Hiermee splitst u het actieve venster in drie vensters.

Met de opties Horizontal en Vertical wordt het gebied opgesplitst in drie gedeelten. Met de andere opties maakt u één groot venster dat de helft van het beschikbare gebied beslaat en twee kleinere vensters in de andere helft. Met de opties Above, Below, Left en Right bepaalt u de positie van het grote venster.



4
Hiermee splitst u het actieve venster in vier vensters van gelijke grootte.

SketchUp Pro - Stunt aanbieding