Heeft u een AutoCAD vraag?

Voordat je een vraag plaatst altijd eerst even de zoek functie gebruiken!

Ga naar het onderwerp en stel uw vraag onderaan de pagina.

Hiermee kunt u een bestaand tekenaanzicht bewerken.

Oproepmethoden

Knop ViewEdit
Lint: tabblad Annotate > paneel Drawing Views > Edit View
muis: Dubbelklik op een tekeningaanzichtobject.
Snelmenu: Selecteer het tekeningaanzicht dat moet worden bewerkt, klik met de rechtermuisknop in het tekengebied en klik op Edit View.

Wanneer het lint actief is, wordt met deze opdracht de contextafhankelijke linttab Drawing View Editor weergegeven. Wanneer het lint niet actief is, kunt u de opdrachtregel gebruiken om de eigenschappen van het aanzicht te wijzigen.

Lijst met prompts
De volgende prompts worden weergegeven.

Select view: Klik op het aanzicht om het te bewerken.
Select option [Representation/STyle/SCale/Visibility/Move/eXit] <eXit>: Geef een punt op of voer en optie in

Representation
Hiermee geeft u typen weergaven (representaties) weer, zodat u de weergave kunt kiezen die u in het geselecteerde aanzicht wilt weergeven. Weergaven worden alleen ondersteund door Inventor-modellen.

Opmerking
  • De typen weergaven zijn modelspecifiek. Enkele van de weergegeven typen weergaven zijn mogelijk niet beschikbaar in het geselecteerde model.
  • Alleen de ontwerpaanzichtweergave kan worden gewijzigd voor geprojecteerde aanzichten. Voor alle andere weergaven volgen geprojecteerde aanzichten hun bovenliggende aanzicht.
Design View
Hiermee selecteert u een ontwerpaanzichtsweergave die in het geselecteerde aanzicht moet worden weergegeven. Typ ? om een lijst van beschikbare ontwerpaanzichten weer te geven.

Deze optie is alleen beschikbaar als het geselecteerde aanzicht is gemaakt op basis van een Inventor-assemblage (*.iam) die ontwerpaanzichtsweergaven bevat.

Positional
Hiermee selecteert u een positionele weergave die in het geselecteerde aanzicht moet worden weergegeven. Typ ? om een lijst van beschikbare weergaven weer te geven. Deze optie is alleen beschikbaar als het geselecteerde aanzicht is gemaakt op basis van een Inventor-assemblage (*.iam) die positionele weergaven bevat.

Level of detail
Hiermee selecteert u een weergave met een bepaalde mate van gedetailleerdheid die in het geselecteerde aanzicht moet worden weergegeven. Typ ? om een lijst van beschikbare weergaven weer te geven.

Deze optie is alleen beschikbaar als het geselecteerde aanzicht is gemaakt op basis van een Inventor-assemblage (*.iam).

Weldment
Hiermee selecteert u de lasverbindingstoestand die in het geselecteerde aanzicht moet worden weergegeven.

Typ ? om een lijst van lasverbindingstoestanden en componenten in de voorbereidingstoestand weer te geven.

De Assembly-toestand (assemblagetoestand) toont de lasverbinding voordat er een bewerking op is uitgevoerd. De Welds-toestand (gelaste toestand) toont de assemblage nadat de verbinding is gelast. De Machining-toestand (afwerkingstoestand) toont de verbinding nadat er een machinale afwerking heeft plaatsgevonden (als dat nodig was). De Preparation-toestand (voorbereidingstoestand) wordt niet expliciet weergegeven. Met de optie ? geeft u echter de namen weer van de componenten in de voorbereidingstoestand voorafgaande aan het lassen.

De lasverbindingsweergave is alleen beschikbaar als het geselecteerde aanzicht is gemaakt op basis van een Inventor-lasverbindingsassemblage (*.iam).

Member
Hiermee selecteert u een lid van een iAssembly- of iPart-factory dat in het geselecteerde aanzicht moet worden weergegeven. Typ ? om een lijst van beschikbare leden weer te geven. Deze optie is alleen beschikbaar als het geselecteerde aanzicht is gemaakt op basis van een iAssembly-factory of een iPart-factory (*.iam, *.ipt).

Sheet metal

Hiermee selecteert u het plaatmetaalaanzicht dat in het geselecteerde aanzicht moet worden weergegeven. Typ ? om een lijst van beschikbare opties weer te geven. Deze optie is alleen beschikbaar als het geselecteerde aanzicht is gemaakt op basis van een iAssembly-factory of een iPart-factory (*.iam, *.ipt).

Presentation
Hiermee selecteert u het presentatieaanzicht dat in het geselecteerde aanzicht moet worden weergegeven. Typ ? om een lijst van beschikbare aanzichten weer te geven. Deze optie is alleen beschikbaar als het geselecteerde aanzicht is gemaakt op basis van een Inventor-presentatiedocument (*.iam).

Style
view-style

Scale
Hiermee geeft u de absolute schaal op die moet worden gebruikt voor het basisaanzicht. Geprojecteerde aanzichten nemen deze schaal automatisch over.

Visibility
Hiermee geeft u de zichtbaarheidsopties op die moeten worden ingesteld voor het basisaanzicht.

Interference edges
Hiermee schakelt u de zichtbaarheid van overlappende randen in of uit. Wanneer deze optie wordt ingeschakeld, worden in het geselecteerde aanzicht zowel de verborgen als de zichtbare randen weergegeven die anders niet zouden zijn weergegeven omdat ze overlappend zijn.

Tangent edges
Hiermee schakelt u de zichtbaarheid van elkaar rakende randen in of uit. Wanneer deze optie is ingeschakeld, wordt in het geselecteerde aanzicht een lijn weergegeven die de intersectie toont van oppervlakken die samenkomen en elkaar raken.
  • Tangent edges foreshortened. Hiermee verkort u de elkaar rakende randen om ze te kunnen onderscheiden van zichtbare randen. Deze optie is alleen beschikbaar als de optie Tangent Edges is ingeschakeld.
Bend extents
Hiermee schakelt u de zichtbaarheid van de begrenzingslijnen van een plaatmetalen buiging in of uit. De begrenzingslijnen van een plaatmetalen buiging geven de locatie aan waar het plaatmetaal ombuigt of is omgevouwen in een plat plaatmetaalaanzicht. Deze optie is alleen beschikbaar als in het corresponderende model een plat aanzicht is gedefinieerd.

Thread features
Hiermee schakelt u de zichtbaarheid van schroefdraadlijnen op schroeven en in schroefgaten in of uit.

Presentation trails
Hiermee schakelt u de zichtbaarheid van presentatiesporen in of uit. Presentatiesporen zijn lijnen in een opgesplitst aanzicht (in een presentatiebestand) die laten zien in welke richting componenten worden verplaatst naar hun positie in de assemblage.

Move
Hiermee verplaatst u het geselecteerde aanzicht naar een andere plaats in een lay-out.

Exit
Hiermee gaat u terug naar de vorige prompt of voltooit u de opdracht, afhankelijk van de plaats van de optie in de opdrachtcyclus.

Onderwerpen in deze sectie:

Contextafhankelijke linttab Drawing View Editor
Hier kunt u de eigenschappen van het geselecteerde tekeningaanzichtobject wijzigen.

Dialoogvenster View Options
Hierin kunt u diverse instellingen definiƫren die betrekking hebben op de geometrie van het tekeningaanzicht.
SketchUp Pro - Stunt aanbieding