Heeft u een AutoCAD vraag?

Voordat je een vraag plaatst altijd eerst even de zoek functie gebruiken!

Ga naar het onderwerp en stel uw vraag onderaan de pagina.

Onderwerpen in deze sectie

RAY
Hiermee wordt een lijn gemaakt die op een bepaald punt begint en tot in het oneindige doorgaat.

RECOVER
Hiermee wordt een beschadigd tekeningbestand hersteld en vervolgens geopend.

RECOVERALL
Hiermee wordt een beschadigd tekeningbestand met alle gekoppelde xref's gerepareerd.

RECTANG
Hiermee wordt een rechthoekige polylijn gemaakt.

REDEFINE
Hiermee herstelt u interne opdrachten van AutoCAD die zijn vervangen met UNDEFINE.

REDO
Hiermee wordt het resultaat van een vorige UNDO- of U-opdracht ongedaan gemaakt.

REDRAW
Hiermee kunt u de weergave in het actieve venster bijwerken.

REDRAWALL
Hiermee kunt u de weergave in alle vensters vernieuwen.

REFCLOSE
Hiermee kunt u wijzigingen die u lokaal hebt aangebracht in een verwijzing (een xref- of een blokdefinitie), opslaan of verwijderen.

REFEDIT
Hiermee wordt een xref- of blokdefinitie rechtstreeks in de actieve tekening bewerkt.

REFSET
Hiermee kunt u objecten aan een werkset toevoegen of uit een werkset verwijderen tijdens het lokaal bewerken van een verwijzing (een xref- of blokdefinitie).

REGEN
Hiermee kunt u de volledige tekening van het actieve venster opnieuw genereren.

REGENALL
Hiermee kunt u de tekening opnieuw genereren en alle vensters vernieuwen.

REGENAUTO
Hiermee kunt u het automatisch opnieuw genereren van een tekening instellen.

REGION
Hiermee kunt u een object dat een gebied omsluit, omzetten in een 2D-entiteitobject.

REINIT
Hiermee kunt u de digitizer, de I/O-poort van de digitizer en het parameterbestand opnieuw initialiseren.

RENAME
Hiermee wijzigt u de namen die worden toegewezen aan items zoals lagen en bematingsstijlen.

RENDER
Hiermee maakt u een fotorealistisch of realistisch ingekleurd beeld van een 3D-volumemodel of -oppervlakmodel.

RENDERCROP
Hiermee wordt een opgegeven rechthoekig gebied binnen een venster gerenderd.

RENDERENVIRONMENT
Hiermee worden visuele aanwijzingen voor de afstand van objecten bepaald.

RENDEREXPOSURE
Deze opdracht verschaft instellingen waarmee u de globale belichting voor de meest recent gerenderde uitvoer kunt aanpassen.

RENDERPRESETS
Hiermee worden rendervoorinstellingen (herbruikbare rendering-parameters) opgegeven voor het renderen van een afbeelding.

RENDERWIN
Hiermee wordt het venster Render weergegeven zonder dat de renderbewerking gestart wordt.

RESETBLOCK
Hiermee zet u een of meer dynamische blokverwijzingen terug op de standaardwaarden van de blokdefinitie.

RESUME
Hiermee hervat u een onderbroken script.

REVCLOUD
Hiermee wordt een revisiewolk met behulp van een polylijn gemaakt.

REVERSE
Hiermee worden de stuurhoekpunten van geselecteerde lijnen, polylijnen, splines en helices ongedaan gemaakt. Dit is nuttig voor lijntypen met opgenomen tekst of wijde polylijnen met verschillende begin- en eindbreedtes.

REVOLVE
Hiermee wordt een 3D-volume of -oppervlak gemaakt door een object rond een as te sturen.

REVSURF
Hiermee wordt een mesh gemaakt door een profiel rond een as te sturen.

RIBBON
Hiermee wordt het lintvenster geopend.

ROTATE
Hiermee worden objecten rond een basispunt geroteerd.

ROTATE3D
Hiermee verplaatst u objecten rond een 3D-as.

RPREF
Hiermee wordt het palet Advanced Render Settings dat toegang biedt tot geavanceerde rendering-instellingen, weergegeven of verborgen.

RSCRIPT
Hiermee wordt een scriptbestand herhaald.

RULESURF
Hiermee wordt een mesh gemaakt die het oppervlak tussen twee lijnen of krommen voorstelt.

SketchUp Pro - Stunt aanbieding