Heeft u een AutoCAD vraag?

Voordat je een vraag plaatst altijd eerst even de zoek functie gebruiken!

Ga naar het onderwerp en stel uw vraag onderaan de pagina.

Lijst met prompts

Als u -attedit typt achter de opdrachtprompt, worden de volgende prompts weergegeven.

Edit attributes one at a time? [Yes/No] : Typ y of druk op ENTER om attributen één voor één te bewerken, of typ n om attributen globaal te bewerken

Met de volgende prompts kunt u de te wijzigen attributen filteren op basis van attribuutaanduiding, huidige waarde of objectselectie.

Yes
Hiermee bewerkt u de attributen één voor één. Om attributen afzonderlijk (met één tegelijk) te bewerken moeten deze zichtbaar zijn en parallel aan het huidige UCS.

Bij attribuutwaarden wordt onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters.

-ATTEDIT

Het eerste attribuut in de selectiegroep wordt gemarkeerd met een X. U kunt alle eigenschappen van het geselecteerde attribuut wijzigen.

Enter an option [Value/Position/Height/Angle/Style/Layer/Color/Next] : Voer de eigenschap in die u wilt wijzigen of druk op ENTER voor het volgende attribuut

Als het oorspronkelijke attribuut werd gedefinieerd met uitgelijnde of passende tekst, wordt de optie Angle niet in de prompt opgenomen. Voor uitgelijnde tekst wordt de optie Height weggelaten. ATTEDIT vraagt u voor alle opties, behalve de optie Next, om een nieuwe waarde. De X blijft het huidige attribuut markeren totdat u naar het volgende attribuut gaat.



Value
Hiermee wijzigt of vervangt u een attribuutwaarde.

Enter type of value modification [Change/Replace]: typ c of r of druk op ENTER

Change
Hiermee wijzigt u enkele tekens van de attribuutwaarde.

Beide reeksen kunnen nulwaarden zijn. De tekens ? en * worden letterlijk genomen en niet geïnterpreteerd als jokertekens.

Replace
Hiermee kunt u de gehele attribuutwaarde vervangen door een nieuwe attribuutwaarde.

Als u op ENTER drukt, is de attribuutwaarde leeg (null).

Position
Hiermee wijzigt u de tekstinvoegpositie.



Als het attribuut is uitgelijnd, vraagt ATTEDIT om beide uiteinden van een nieuwe basislijn van de tekst.

Hoogte
Hiermee wijzigt u de teksthoogte.



Wanneer u een punt opgeeft, wordt de hoogte ingesteld op de afstand tussen het opgegeven punt en het beginpunt van de tekst.

Angle
Hiermee wijzigt u de rotatiehoek.



Als u een punt opgeeft, wordt de tekst geroteerd om een denkbeeldige lijn tussen het opgegeven punt en het beginpunt van de tekst.

Style
Hiermee wijzigt u de stijlinstelling.



Layer
Hiermee wijzigt u de laag.

Color
Hiermee wijzigt u de kleur.

U kunt een kleur opgeven uit de AutoCAD Color Index (een naam of nummer van een kleur), een ware kleur of een kleur uit een kleurenboek.

U kunt de naam van een kleur of een kleurnummer tussen 1 en 255 opgeven of bylayer of byblock gebruiken.

True Color
Hier geeft u een ware kleur op die u wilt gebruiken voor het geselecteerde object.

Color Book
Hiermee geeft u een kleur uit een kleurenboek op voor het geselecteerde object.

Als u een naam van een kleurenboek invoert, wordt u gevraagd om in het boek de kleurnaam op te geven, zoals PANTONE® 573.

Next
Hiermee gaat u naar het volgende attribuut in de selectiegroep. ATTEDIT wordt afgesloten als er geen attributen meer zijn.

No
Hiermee kunt u meerdere attributen tegelijk bewerken. Globaal bewerken geldt voor zowel zichtbare als onzichtbare attributen.

Als u attributen globaal bewerkt, kunt u een tekstreeks vervangen door een andere tekstreeks. Als u attributen afzonderlijk bewerkt, kunt u alles van de attributen wijzigen.

Yes
Hiermee worden alleen de zichtbare attributen bewerkt.

Bij attribuutwaarden wordt onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters. Als u lege (null-) attributen, die normaal niet zichtbaar zijn en niet kunnen worden geselecteerd, wilt selecteren, typt u een backslash (\).

Selecteer het attribuut dat u wilt wijzigen.

Elk van beide tekenreeksen kan leeg zijn (null). De tekens ? en * worden letterlijk genomen en niet geïnterpreteerd als jokertekens.

No
Hiermee worden zowel zichtbare als onzichtbare attributen bewerkt. De wijzigingen in de attributen worden niet direct weergegeven. De tekening wordt opnieuw gegenereerd aan het einde van de opdracht, tenzij REGENAUTO, waarmee het automatisch opnieuw genereren van tekeningen wordt bepaald, is uitgeschakeld.

Bij attribuutwaarden wordt onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters. Als u lege (null-) attributen, die normaal niet zichtbaar zijn, wilt selecteren, typt u een backslash (\).

De attributen die met de opgegeven bloknaam, attribuutaanduiding en attribuutwaarde overeenkomen, worden geselecteerd.

Elk van beide tekenreeksen kan leeg zijn (null). De tekens ? en * worden letterlijk genomen en niet geïnterpreteerd als jokertekens.

SketchUp Pro - Stunt aanbieding