Heeft u een AutoCAD vraag?

Voordat je een vraag plaatst altijd eerst even de zoek functie gebruiken!

Ga naar het onderwerp en stel uw vraag onderaan de pagina.

Hiermee bewerkt u associatieve matrixobjecten en hun bronobjecten.

Oproepmethoden

Knop: array_edit_32
Ribbon: tabblad Home > paneel Modify > Edit Array
Werkbalk: Modify II

U kunt associatieve matrices wijzigen door de matrixeigenschappen te bewerken, bronobjecten te bewerken of items te vervangen door andere objecten.

Wanneer u bronobjecten bewerkt, wordt er een bewerkingsstatus geactiveerd. Sla uw wijzigingen op of verwijder deze (ARRAYCLOSE) om de bewerkingsstatus af te sluiten.

Wanneer u één matrixobject selecteert en bewerkt, wordt de contextafhankelijke linttab Array Editor weergegeven. Welke matrixeigenschappen beschikbaar zijn op de contextafhankelijke linttab Array Editor, is afhankelijk van het type matrix dat is geselecteerd.

Lijst met prompts
De volgende prompt wordt weergegeven.

Select array: Gebruik een methode voor het selecteren van objecten

Het matrixtype bepaalt de resterende prompts.

Voor rechthoekige matrices:

Enter an option [Source/REPlace/Base point/Rows/Columns/Niveaus/RESet/eXit] <eXit>:

Voor padmatrices:

Enter an option [Source/REPlace/Method/Base point/Items/Rows/Levels/Align items/Z direction/RESet/eXit] <eXit>:

Voor poolmatrices:

Enter an option [Source/REPlace/Base point/Items/Angle between/Fill angle/Rows/Levels/ROTate items/RESet/eXit] <eXit>:

Source
Hiermee activeert u een bewerkingsstatus waarin u de bronobjecten (of vervangende bronobjecten) voor een geselecteerd item kunt bewerken.

Alle wijzigingen (inclusief het maken van nieuwe objecten) worden direct toegepast op alle items die verwijzen naar dezelfde bronobjecten.

Terwijl de bewerkingsstatus actief is, wordt een contextafhankelijke tab Edit Array op het lint weergegeven en wordt het automatisch opslaan uitgeschakeld. Sla uw wijzigingen op of verwijder deze (ARRAYCLOSE) om de bewerkingsstatus af te sluiten.

Wanneer de bronobjecten worden gewijzigd, worden de wijzigingen dynamisch doorgevoerd in het matrixblok.

Replace
Hiermee vervangt u de bronobjecten voor geselecteerde items of voor alle items die verwijzen naar oorspronkelijke bronobjecten.

Replacement Objects
Hiermee selecteert u de nieuwe bronobjecten.

Base Point
Hier kunt u een basispunt opgeven voor de vervangende objecten.

Item in Array
Hiermee selecteert u het item waarvan de bronobjecten moeten worden vervangen. Er wordt vervolgens gevraagd om extra items.

Source objects. Hiermee wordt de oorspronkelijke set bronobjecten in de matrix vervangen, waardoor alle items die niet eerder zijn vervangen, worden bijgewerkt.

Base Point
Hier kunt u het basispunt van de matrix opnieuw definiëren.

De positie van padmatrices wordt gewijzigd ten opzichte van het nieuwe basispunt.

Rows
Hier kunt u het aantal rijen, de afstand tussen rijen en de incrementele hoogte tussen rijen opgeven.

Expression
Er wordt een waarde afgeleid met behulp van een wiskundige formule of vergelijking.

Total
Hier kunt u de totale afstand tussen de eerste en laatste rij opgeven.

Columns (rechthoekige matrices)
Hier kunt u het aantal kolommen en de afstand tussen kolommen opgeven.
Expression

Total
Hier kunt u de totale afstand tussen de eerste en laatste kolom opgeven.

Niveaus
Hier kunt u het aantal niveaus en de afstand tussen niveaus opgeven.
Expression

Total

Hier kunt u de totale afstand tussen het eerste en laatste niveau opgeven.

Method (padmatrices)
Hiermee bepaalt u hoe de items moeten worden verdeeld wanneer het pad of het aantal items wordt gewijzigd.
  • Divide. Hiermee worden de items zodanig opnieuw geordend dat ze gelijkmatig zijn verdeeld over de hele lengte van het pad.
  • Measure. Hiermee blijven de huidige afstanden tussen items behouden wanneer het pad wordt bewerkt of het aantal items wordt gewijzigd met grips of via het palet Properties. Wanneer het aantal items wordt gewijzigd met ARRAYEDIT, wordt u gevraagd de verdelingsmethode opnieuw te definiëren.
Items (pad- en poolmatrices)
Hier kunt u het aantal items in de matrix opgeven.

Voor padmatrices waarvan de eigenschap Method is ingesteld op Measure, wordt u gevraagd de verdelingsmethode opnieuw te definiëren. Dezelfde prompts zijn beschikbaar vanuit ARRAYPATH.

Align Items (padmatrices)
Hier kunt u opgeven of elk item zodanig moet worden uitgelijnd dat het gelijk loopt (raakt) aan de richting van het pad. De uitlijning is relatief ten opzichte van de oriëntatie van het eerste item (ARRAYPATH, optie Orientation).

Z Direction (padmatrices)
Hiermee bepaalt u of de oorspronkelijke Z-richting van de items behouden moet blijven of dat de items op een natuurlijke manier in een rij langs een 3D-pad moeten worden geplaatst.

Angle Between (poolmatrices)
Hier kunt u de hoek tussen items opgeven.
Expression

Fill Angle (poolmatrices)
Hier kunt u de hoek tussen het eerste en laatste item in de matrix opgeven.
Expression

Rotate Items (poolmatrices)
Hiermee bepaalt u of items worden geroteerd wanneer ze in een matrix worden geplaatst.

Reset
Hiermee zet u gewiste items terug en maakt u eventuele itemvervangingen ongedaan.

Exit
Hiermee sluit u de opdracht af.

Onderwerpen in deze sectie

Contextafhankelijke linttab Array Editor
Hiermee bewerkt u associatieve matrixobjecten en hun bronobjecten.
SketchUp Pro - Stunt aanbieding