Heeft u een AutoCAD vraag?

Voordat je een vraag plaatst altijd eerst even de zoek functie gebruiken!

Ga naar het onderwerp en stel uw vraag onderaan de pagina.

Hiermee maakt u meerdere kopieën van objecten in een patroon. Let op dit commando is gewijzigd in AutoCAD 2012

Oproepmethoden
ARRAY Knop


ac.mouseLint: tabblad Homepaneel > Modify > Array

ac.mouseWerkbalk: Modify

ac.mouseMenu: Modify > Array

Overzicht

U kunt kopieën van objecten maken in een rechthoekige of poolmatrix met regelmatige tussenruimten.

Het dialoogvenster Array wordt weergegeven. U kunt nu rechthoekige of polaire matrices maken met de daarvoor bestemde opties. Elk object in een matrix kan afzonderlijk worden bewerkt. Als u meerdere objecten selecteert, worden deze objecten gezien als één item voor kopiëren en plaatsing in de matrix.

Als u -arrayachter de opdrachtprompt typt, worden er opties weergegeven.

Het dialoogvenster Array

Hiermee maakt u meerdere kopieën van objecten in een patroon

dialoogvenster Array

De volgende opties worden weergegeven:

Rectangular
Hiermee maakt u een matrix van rijen en kolommen met kopieën van het geselecteerde object.

Rectangular

Rows
Hiermee geeft u het aantal rijen in de matrix op.

Als u één rij opgeeft, moet u meer dan één kolom opgeven. Als u een groot aantal rijen en kolommen opgeeft voor de matrix, kan het maken van de kopieën veel tijd in beslag nemen. Standaard kunt u met één opdracht maximaal 100.000 matrixelementen genereren. De grens wordt bepaald door de instelling van MAXARRAY in het register. Als u de grens wilt wijzigen en deze bijvoorbeeld op 200.000 wilt instellen, typt u (setenv "MaxArray" "200000") achter de opdrachtprompt.

Columns
Hiermee geeft u het aantal kolommen in de matrix op.

Als u één kolom opgeeft, moet u meer dan één rij opgeven. Als u een groot aantal rijen en kolommen opgeeft voor de matrix, kan het maken van de kopieën veel tijd in beslag nemen. Standaard kunt u met één opdracht maximaal 100.000 matrixelementen genereren. De grens wordt bepaald door de instelling van MAXARRAY in het register. Als u de grens wilt wijzigen en deze bijvoorbeeld op 200.000 wilt instellen, typt u (setenv "MaxArray" "200000") achter de opdrachtprompt.

Offset Distance and Direction
Hier geeft u de afstand en de richting op voor de parallelle verplaatsing van de matrix.

Row Offset
Hiermee geeft u de afstand tussen rijen op (in eenheden). Als u rijen onderaan wilt toevoegen, geeft u een negatieve waarde op. Als u de afstand tussen de rijen wilt opgeven met de aanwijzer, kunt u de knop Pick Both Offsets of de knop Pick Row Offset gebruiken.

Column Offset
Hiermee geeft u de afstand tussen kolommen op (in eenheden). Als u links kolommen wilt toevoegen, geeft u een negatieve waarde op. Als u de afstand tussen de kolommen wilt opgeven met de aanwijzer, kunt u de knop Pick Both Offsets of de knop Pick Column Offset gebruiken.

Angle of Array
Hiermee geeft u de rotatiehoek op. Deze hoek is gewoonlijk 0, zodat de rijen en kolommen orthogonaal worden geplaatst ten opzichte van de X- en Y-tekenassen van het actieve UCS. U kunt de conventies voor hoekmaateenheden wijzigen met de opdracht UNITS. De systeemvariabelen ANGBASE en ANGDIR zijn van invloed op de hoek van de matrix.

Pick Both Offsets
Hiermee wordt het dialoogvenster Array tijdelijk gesloten, zodat u de afstand tussen rijen en kolomen met de aanwijzer kunt instellen door twee tegenover elkaar liggende hoeken van een rechthoek op te geven.

Pick Row Offset
Hiermee wordt het dialoogvenster Array tijdelijk gesloten, zodat u de afstand tussen rijen met de aanwijzer kunt opgeven. De opdracht ARRAY vraagt u om twee punten op te geven en de afstand en richting tussen de punten worden gebruikt om de waarde in Row Offset te bepalen.

Pick Column Offset
Hiermee wordt het dialoogvenster Array tijdelijk gesloten, zodat u de afstand tussen kolommen met de aanwijzer kunt opgeven. De opdracht ARRAY vraagt u om twee punten op te geven en de afstand en richting tussen de punten worden gebruikt om de waarde in Column Offset te bepalen.

Pick Angle of Array
Hiermee wordt het dialoogvenster Array tijdelijk gesloten, zodat u de rotatiehoek kunt opgeven door een waarde in te voeren of door twee punten op te geven met de aanwijzer. U kunt de conventies voor hoekmaateenheden wijzigen met de opdracht UNITS. De systeemvariabelen ANGBASE en ANGDIR zijn van invloed op de hoek van de matrix.

Polar
Hiermee maakt u een matrix door de geselecteerde objecten rondom een opgegeven hartpunt te kopiëren.

polar

Center Point
Hiermee geeft u het hartpunt van de polaire matrix op. U kunt coördinaten invoeren voor X en Y, maar u kunt ook Pick Center Point selecteren, zodat u de locatie met de aanwijzer kunt opgeven.

Pick Center Point
Hiermee wordt het dialoogvenster Array tijdelijk gesloten, zodat u in het tekengebied het hartpunt kunt opgeven met de aanwijzer.

Method and Values
Hiermee geeft u de methode en waarden op om objecten in de polaire matrix te plaatsen.

Method
Hiermee stelt u de methode in waarmee objecten worden geplaatst. Deze instelling bepaalt welk van de velden voor Method en Value beschikbaar zijn om waarden op te geven. Als de ingestelde methode bijvoorbeeld Total Number of Items & Angle to Fill is, zijn de overeenkomstige velden beschikbaar om waarden op te geven maar is het veld Angle Between Items niet beschikbaar.

Total Number of Items
Hiermee stelt u het aantal objecten in dat in de matrix moet worden weergegeven. De standaardwaarde is 4.

Angle to Fill
Hiermee stelt u de grootte van de matrix in door de ingesloten hoek tussen de basispunten van het eerste en laatste element in de matrix te definiëren. Bij een positieve waarde wordt tegen de klok in geroteerd. Bij een negatieve waarde wordt met de klok mee geroteerd. De standaardwaarde is 360. Een waarde van 0 is niet toegestaan.

Angle Between Items
Hiermee stelt u de ingesloten hoek tussen de basispunten van de objecten in de matrix en het midden van de matrix in. Typ een positieve waarde. De standaardwaarde voor de richting is 90.
Opmerking
U kunt op de selectieknoppen klikken om de waarden voor Angle to Fill en Angle Between Items met de aanwijzer op te geven.

Pick Angle to Fill
Hiermee wordt het dialoogvenster Array tijdelijk gesloten, zodat u de ingesloten hoek kunt definiëren tussen de basispunten van het eerste en laatste element in de matrix. De opdracht ARRAY vraagt u een punt te selecteren ten opzichte van een ander punt in het tekengebied.

Pick Angle Between Items
Hiermee wordt het dialoogvenster Array tijdelijk gesloten, zodat u de ingesloten hoek kunt definiëren tussen de basispunten van de objecten in de matrix en het midden van de matrix. De opdracht ARRAY vraagt u een punt te selecteren ten opzichte van een ander punt in het tekengebied.

Rotate Items as Copied
Hiermee roteert u de items in de matrix, zoals in het voorbeeldgebied is te zien.

More/Less
Hiermee schakelt u de weergave van aanvullende opties in het dialoogvenster Array in of uit. Als u More kiest, worden meer opties weergegeven en verandert de naam van deze knop in Less.

Object Base Point
Hiermee geeft u een nieuw referentiepunt (basispunt) op ten opzichte van de geselecteerde objecten, die op een constante afstand blijven van het hartpunt van de matrix. ARRAY bepaalt bij het maken van een polaire matrix de afstand vanaf het hartpunt van de matrix tot een referentie(basis)punt op het laatst geselecteerde object. Het punt dat wordt gebruikt, is afhankelijk van het type object, zoals u kunt zien in de volgende tabel.

Basispunt-instellingen per object

Objecttype

Standaardbasispunt

Boog, cirkel, ellips

Hartpunt

Veelhoek, rechthoek

Eerste hoek

Torus, lijn, polylijn, 3D-polylijn, straal, spline

Beginpunt

Blok, alineatekst, regeltekst

Invoegpunt

Constructielijnen

Middelpunt

2D-entiteit

Grippunt

Set to Object’s Default
Hiermee bepaalt u met het standaardbasispunt van het object de positie van het object in de matrix. Schakel deze optie uit om het basispunt handmatig in te stellen.

Base Point
Hiermee stelt u een nieuwe X- en Y-coördinaat in voor het basispunt. Klik op de knop Pick Base Point om het dialoogvenster tijdelijk te sluiten en een punt op te geven. Nadat u een punt hebt opgeven, wordt het dialoogvenster Array opnieuw weergegeven.
Opmerking
Om onverwachte resultaten te voorkomen moet u het basispunt handmatig instellen als u een polaire matrix maakt en u de objecten niet wilt roteren
.

Select Objects
Hiermee geeft u de objecten op waarmee de matrix wordt gemaakt. U kunt objecten selecteren vóórdat of nadat het dialoogvenster Array wordt weergegeven. Kies Select Objects om objecten te selecteren terwijl het dialoogvenster Array is geopend. Het dialoogvenster wordt tijdelijk gesloten. Druk op ENTER als u klaar bent met de selectie van objecten. Het dialoogvenster Array wordt opnieuw weergegeven, en onder de knop Select Objects kunt u zien hoeveel objecten er zijn geselecteerd.
Opmerking
Als er meerdere objecten zijn geselecteerd, wordt met het basispunt van het laatste object de matrix gemaakt.

Preview Area
Hier wordt een schermvoorbeeld van de matrix weergegeven op basis van de huidige instellingen in het dialoogvenster. De voorbeeldafbeelding wordt dynamisch bijgewerkt als u naar een ander veld gaat nadat u een instelling heb gewijzigd.

Preview
Hiermee sluit u het dialoogvenster Array en geeft u de matrix in de huidige tekening weer.

SketchUp Pro - Stunt aanbieding