Heeft u een AutoCAD vraag?

Voordat je een vraag plaatst altijd eerst even de zoek functie gebruiken!

Ga naar het onderwerp en stel uw vraag onderaan de pagina.

Onderwerpen in deze sectie

ABOUT
Hiermee wordt informatie over AutoCAD weergegeven.

ACISIN
Hiermee wordt een ACIS-bestand (SAT) geïmporteerd en worden 3D-volumen, hoofdobjecten of 2D-entiteiten gemaakt.

ACISOUT
Exporteert een hoofdobject, volume of 2D-entiteit naar een ACIS-bestand.

ACTBASEPOINT
Hiermee wordt een basispunt in een actiemacro ingevoegd.

ACTMANAGER
Hiermee worden actiemacrobestanden beheerd.

ACTRECORD
Hiermee wordt de Action Recorder gestart.

ACTSTOP
Hiermee wordt de Action Recorder gestopt en krijgt u de kans de opgenomen acties in een actiemacrobestand op te slaan.

ACTUSERINPUT
Hiermee wordt gepauzeerd voor gebruikersinvoer in een actiemacro.

ACTUSERMESSAGE
Hiermee wordt een gebruikersbericht in een actiemacro ingevoegd.

ADCCLOSE
Hiermee wordt het DesignCenter gesloten.

ADCENTER
Hiermee wordt inhoud zoals blokken, xref's en arceerpatronen beheerd en ingevoegd.

ADCNAVIGATE
Hiermee laadt u een opgegeven tekeningbestand, map of netwerkpad van DesignCenter.

ADDSELECTED
Hiermee maakt u een nieuw object op basis van het objecttype en algemene eigenschappen van het geselecteerde object.

ADJUST
Hiermee past u de instellingen voor vervaging, contrast en monochroom van de geselecteerde afbeelding of underlay aan (DWF, DWFx, PDF of DGN).

ALIGN
Objecten uitlijnen op andere objecten in 2D en 3D.

AMECONVERT
Hiermee kunt u AME-volumemodellen converteren naar AutoCAD-volumeobjecten.

ANALYSISCURVATURE
U kunt een kleurverloop op een oppervlak weergeven om verschillende aspecten van de kromming te evalueren.

ANALYSISDRAFT
U kunt een kleurverloop op een 3D-model weergeven om te evalueren of er voldoende ruimte tussen een onderdeel en de mal is.

ANALYSISOPTIONS
Hiermee stelt u de weergaveopties voor zebra-, krommings- en lossingsanalyse in.

ANALYSISZEBRA
Hiermee projecteert u strepen op een 3D-model om de continuïteit van oppervlakken te analyseren.

ANIPATH
Hiermee wordt een animatiebestand opgeslagen van een camera die in een 3D-model beweegt of pant.

ANNORESET
Hiermee worden de locaties van alle alternatieve schaalweergaven van de geselecteerde annotatieve objecten op de beginwaarden gezet.

ANNOUPDATE
Hiermee worden bestaande annotatieve objecten bijgewerkt om met de huidige eigenschappen van hun stijlen overeen te komen.

APERTURE
Hiermee wordt de grootte van het magneetvakje van de objectmagneet gewijzigd.

APPLOAD
Hiermee laadt u toepassingen en verwijdert u deze uit het geheugen, en stelt u in welke toepassingen automatisch moeten worden gestart tijdens het starten van AutoCAD.

ARC
Hiermee wordt een boog gemaakt.

ARCHIVE
Hiermee worden de actieve bestanden met de set tekenbladen ingepakt om te archiveren.

AREA
Hiermee wordt het gebied en de omtrek van objecten of van gedefinieerde gebieden berekend.

ARRAY
Hiermee maakt u meerdere kopieën van objecten in een patroon

ARRAYEDIT
Hiermee bewerkt u associatieve matrixobjecten en hun bronobjecten.

ARRAYPATH
Hiermee worden objectkopieën gelijkmatig verdeeld langs een pad of een deel van een pad.

ARRAYPOLAR
Hiermee worden objectkopieën gelijkmatig verdeeld in een cirkelvormig patroon rond een hartpunt of rotatieas.

ARRAYRECT
Hiermee worden objectkopieën verdeeld over een combinatie van rijen, kolommen en niveaus.

AUTOCOMPLETE
Hiermee wordt bepaald welke typen geautomatiseerde toetsenbordfuncties beschikbaar zijn bij de opdrachtprompt.

ARX
Hiermee kunt u ObjectARX-toepassingen laden of uit het geheugen verwijderen en informatie over deze toepassingen weergeven.

ATTACH
Hiermee wordt een externe verwijzing, een afbeelding of een underlay (DWF-, DWFx-, PDF- of DGN-bestanden) in de actieve tekening ingevoegd.

ATTACHURL
Hiermee koppelt u hyperlinks aan objecten of gebieden in een tekening.

ATTDEF
Hiermee wordt een attribuutdefinitie gemaakt om gegevens in een blok op te slaan.

ATTDISP
Hiermee worden de zichtbaarheidsopheffingen voor alle blokattributen in een tekening bepaald.

ATTEDIT
Hiermee kunt u attribuutgegevens in een blok wijzigen.

ATTEXT
Hiermee worden attribuutgegevens, informatieve tekst die aan een blok is gekoppeld, naar een bestand geëxtraheerd.

ATTIPEDIT
Hiermee wordt de tekstinhoud van een attribuut in een blok gewijzigd.

ATTREDEF
Hiermee wordt een blok opnieuw gedefinieerd en worden de bijbehorende attributen bijgewerkt.

ATTSYNC
Hiermee worden blokreferenties bijgewerkt met nieuwe en gewijzigde attributen uit een opgegeven blokdefinitie.

AUDIT
Hiermee wordt de integriteit van een tekening geëvalueerd, en worden bepaalde fouten gecorrigeerd.

AUTOCONSTRAIN
Hiermee worden geometrische beperkingen toegepast op een selectiegroep objecten op basis van de richting van de objecten ten opzichte van elkaar.

AUTOPUBLISH
Hiermee worden tekeningen in DWF-, DWFx- of PDF-bestanden automatisch naar een opgegeven locatie opgeslagen.

SketchUp Pro - Stunt aanbieding